In tegenstelling tot de David uit de Bijbel is ‘onze’ David de oudste van zijn talrijke broers en zussen. Hij is niet rossig, maar donker. En hij is ook al geen herder. Wel werkt hij graag buiten. Hij trotseert wind en nattigheid zonder klagen. Regent het pijpenstelen? Het deert hem niet. ‘Da’s mooi’, zegt hij dan met gevoel voor understatement en zijn Zeeuwse tongval. ‘Dan stuuft het niet zo.’

We hebben David veel buiten zien werken, want vier jaar geleden heeft hij samen met zijn maat een stuk aan ons huis gebouwd. Vaak heb ik met de kinderen vanuit de huiskamer zitten kijken hoe ze bezig waren en onze bewondering steeg met de dag. Waar eerst niets was, groeide stukje bij beetje een bijkeuken en een werkkamer. Waar het eerst woest en leeg was, ontstond een droge, tochtvrije en warme ruimte om in te leven. Een schuilplaats voor lichaam en geest.

Laatst kwam ik hem weer tegen. We herkenden elkaar meteen. Ongelogen vertelde ik dat ik nog vaak aan hem denk, wanneer ik me realiseer hoe heerlijk het werkt in de kamer die hij bouwde. Mijn dankbaarheid werd gretig ontvangen.

Een paar dagen later ontdekte ik dat hij meer sporen in ons leven heeft nagelaten. Het begon plotseling te stortregenen. De druppels sloegen tegen de ruiten en ik deed snel de schuifdeur dicht. Mijn man keek toe en zei met een grijns: ‘O, da’s mooi. Dan stuuft het niet zo.’

Marga Haas is redactielid van Open Deur en schrijft elke twee weken een column over een bijbeltekst (www.parelduiken.blogspot.nl).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *