Vrij vrijen

 

Veel werkwoorden kent onze taal voor seksuele omgang. Het mooiste daarvan vind ik vrijen. Dat is een oeroud woord. Tegelijk klinkt het springlevend. Het germaanse ‘fri’ betekent geliefd, bemind. In het woord vriend is die betekenis bewaard. Wat is er vrijer dan vriendschap? Een band zonder zakelijke verplichtingen. Puur en alleen om het plezier en de genegenheid. De ideale relatie is voor veel mensen ook vriendschap. Liefde maakt vrij. In het Hoogduits werd het woord ‘vrien’ gebruikt in de betekenis ‘iemand het hof maken’ en later: huwen, een vrouw trouwen. Het woord vrouw is er zelfs uit ontstaan. Een vrouw die je kunt trouwen is een vrije, ongebonden persoon. Oerbeeld is Freyja, de Oudnoorse godin van liefde, schoonheid en vruchtbaarheid. Juist in het Nederlands ontwikkelde de betekenis zich uiteindelijk tot ‘de liefde bedrijven’. Dat herinnert ons eraan dat bij seksualiteit vrijheid hoort. Dat het belangrijk is dat niemand (of niets) je dwingt. Dat seks vrijheid beoefenen is, ontdekken, speels en onbekommerd zijn. Dat seks op zijn best bevrijdend is, je dichter bij jezelf brengt, je ruimte vergroot. Seks die knecht, kleineert of knelt kan de naam vrijen niet dragen.

Beate Rose

Foto: Landin Hollis/Flickr (CC BY-SA 2.0)