Als iemand me zou vragen wat voor dier ik zou willen zijn, zou ik antwoorden: een vogel. Een meeuw graag. Of een merel. Vogels vertegenwoordigen lichtheid en vrijheid. Waarden die diep in de ziel resoneren.

Antoine de Saint-Exupéry vertelt over een troep tamme ganzen, die nooit anders zagen dan hun stal, hun vijver en hun voedertrog. Op een dag komt er een vlucht wilde ganzen over. Er gebeurt iets wonderlijks: de tamme ganzen beginnen met hun vleugels te slaan. Ze weten niet waarom. Misschien hangt het samen met beelden die heel even in hun kleine koppen opkomen – van meren, wouden en bergen. Misschien herinneren ze zich een fragment van hun land van herkomst. Maar als de wilde ganzen verdwenen zijn, vallen de tamme ganzen terug in hun gedachten die niet verder gaan dan vijver en stal.

Te hoog
De Saint-Exupéry vertelt een gelijkenis over het oeroude verlangen naar lichtheid en vrijheid. De oude Grieken kenden het verhaal van Daedalus en Icarus. Vader en zoon zaten gevangen op Kreta. Ze ontsnapten door vleugels te maken van veren en was. Eindelijk vrij! Maar Icarus vloog te hoog, kwam te dicht bij de zon, waardoor de was smolt en hij neerstortte. Een mens hoort met beide benen op de grond te staan en is niet gemaakt om te vliegen. Als hij niet oppast, grijpt hij te hoog.

Verlangen
Toch heeft het verlangen te kunnen vliegen mensen altijd geïnspireerd. De techniek bood nieuwe mogelijkheden. De gebroeders Orville en Wilbur Wright wilden hier gebruik van maken. Ze deden rond het begin van de twintigste eeuw pogingen een vliegtuig te bouwen. In diezelfde periode probeerde Samuel Langley dit ook. Hij had geld, personeel en vele materialen tot zijn beschikking. De gebroeders Wright waren eenvoudige fietsenmakers, die zes keer per dag neerstortten met hun modellen. Zij hadden weinig middelen, maar wel een enorme geestdrift. Hun verlangen en fascinatie maakte dat zij er als eersten in slaagden een werkend vliegtuig te maken.

De grote Vogel zonder nest
Vliegen als verlangen. Een verlangen dat ook een religieuze dimensie kan hebben. Velen kennen het verhaal ‘Jonathan Livingston zeemeeuw’ van Richard Bach. Het gaat over een meeuw die de kunst van het vliegen wil vervolmaken. Hij wil volkomen vrij zijn. De andere meeuwen begrijpen hem niet en verstoten hem. Maar Jonathan zet moedig door en overwint zijn beperkingen. De lezer voelt dat dit een verhaal is over het taaie verlangen naar onbegrensde vrijheid. Naar de hemel, zeg maar.

Monnik Thomas Merton zei over Jezus’ leerlingen: ‘Ze volgden de grote Vogel zonder nest.’ Deze trekvogel uit Nazaret leefde vanuit het besef dat de wereld een tijdelijk nest is en dat we op weg zijn naar een ander land, vooralsnog een land achter de horizon. De vogels om mij heen herinneren mij er dagelijks aan.

Het is nog niet klaar. Dat dacht de Schepper toen hij de dieren had gemaakt. Er ontbrak iets. De neushoorn had weliswaar een mooie neus en het vogelbekdier een mooie vogelbek, maar het was het nog niet helemaal. Op de grond leefde de leeuw en de slak, onder de grond de worm en de mier, in de bomen leefde de luiaard en de aap, maar dat was het nog niet helemaal. De muggen vlogen rond in de lucht en de vissen spartelden in het water, maar ook dat was het nog niet helemaal. De Schepper wilde iets dat tot de verbeelding van de mensen zou spreken. Iets dat mensen zou leren minder zwaar te zijn. Iets dat mensen eraan zou herinneren dat ze vleugels hebben. Daarom schiep hij de vogels. Toen was het klaar.

 

Stephan de Jong is predikant in de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *