Het leven van Vincent van Gogh verliep bepaald niet vanzelf.
Werken in een kunsthandel en op straat gezet worden. Hulpprediker in Engeland en toch maar niet. Predikant willen worden en de studie afbreken. Evangelist zijn en worden ontslagen. Relaties met vrouwen die vastlopen.
Wie dat gebeurt kan gaan denken een mislukkeling te zijn. Hierover schrijft Vincent aan zijn broer Theo:
‘Een reputatie die terecht of ten onrechte bedorven is, de armoede, de samenloop van omstandigheden, het ongeluk – dat is wat mensen tot gevangenen maakt. Men zou niet altijd kunnen zeggen wat het is dat je insluit, je ommuurt, je schijnt te begraven, maar je voelt toch ik weet niet welke tralies, welke hekken, welke muren.
Is dit alles verbeelding, fantasie? Ik denk het niet; en je vraagt je af: Mijn God, is het voor lang, is het voor altijd, voor de eeuwigheid?
Weet je wat de gevangenis doet verdwijnen? Dat is elke diepe, ernstige genegenheid. Vrienden zijn, broeders zijn, liefhebben, dat opent de gevangenis met een soevereine macht, met een machtige betovering. Maar wie dat niet heeft, blijft in de dood. Daar waar de genegenheid herleeft, herleeft het leven.
Ook heet de gevangenis soms: vooroordeel, misverstand, noodlottige onwetendheid betreffende het een of ander, wantrouwen, valse schaamte.’

 

Aart Mak is redactielid van Open Deur en pastor bij Kerk zonder Grenzen (het omroeppastoraat van Radio Bloemendaal).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *