‘Bij een condoleantie zag ik iemand het dode lichaam van mijn oma aanraken. Ik wendde mijn ogen af van schrik. Ik griezelde. Zoiets doe je toch niet? Daarom was ik er toen niet bij. Dat was geen toeval. Ze hadden het al een paar dagen over onze vriend die uit de dood was opgestaan. De gedachte alleen al. Ik rilde ervan. Ik had hem dood gezien. Gestriemd, wit vlees, diepe wonden her en der, viezigheid, pus. Ik liet de verzorging graag aan anderen over. Ik word daar onpasselijk van.

Waarom ik er een week later wél bij was? Ja, waarom doe je dat? Ik liet me overhalen. Vrienden voor het leven, dat had ik ook ooit gezegd. En toen gebeurde het. Ik heb toen iets gedaan wat ik nog nooit eerder in mijn leven had gedaan. Een dode aanraken, ook nog eens op de plekken die zo smerig waren. Ze hebben er later een heel verhaal van gemaakt. Over zien en geloven. Maar dat ging niet meer over mij. Ik blijf ziektes en mismaaktheid vreselijk vinden. Laat mij alsjeblieft niet te dichtbij hoeven komen.’

In het aan T(h)omas toegeschreven evangelie gaat het nergens over het concrete leven en sterven van Jezus. Dit later in de geschiedenis opgedoken Thomas Evangelie laat Jezus aan het woord in 114 uitspraken. Het bevat allerlei levenswijsheid: over licht en donker, over zoeken en vinden, over het geheimzinnige koninkrijk, over het innerlijk en hoe een mens moet vechten met wat in hem leeft aan gedachten en gevoelens. Uiteraard gaat het bij Tomas nergens over ziekte en zeerte, gewond zijn en dood gaan…

Aart Mak werkt als pastor voor Kerk zonder Grenzen (het omroeppastoraat van Radio Bloemendaal) en is redactielid van Open Deur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *