Zaterdagochtend. Er hoeft even niets. De kinderen zijn aan het voetballen, mijn vrouw is naar de atletiekvereniging. Buiten begint het te sneeuwen.
Ik loop de sneeuw in. Het is stil. Geen mens te zien. Alsof ik alleen op de wereld ben.
De stilte in mij wordt groter dan zij al was. De geluidloos vallende sneeuw lijkt uiterlijk vorm te geven aan die stilte. De eenzaamheid die ik voel is weldadig. Van binnen ben ik leeg. Ik ben er, evenals de huizen tegenover mij, de berg zand naast ons huis, de betonnen constructies op de bouwplaats verderop.
Alles is wat het is. Alles is eenzaam. Het is een eenzaamheid die geen ander nut heeft dan de dingen te laten zijn zoals ze zijn. Zij is niet mystiek of diepzinnig. Zij is er als stilte en helderheid. Zij heeft geen andere zin dan de zin die zij in zich draagt.

Stephan de Jong is predikant in de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur. Bovenstaande tekst is een fragment uit zijn boek Lof der eenzaamheid. Over een oude menselijke waarde, Nijmegen, 2014.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *