‘Schoonheid is de thuishaven van het hart.’ Deze uitspraak is van John O’Donohue. Hij is een kenner van de Keltische spiritualiteit, de spiritualiteit van het oude Britse christendom. Deze had een open oog voor de zegen van de alledaagse dingen. God is in alles aanwezig: in de wind, het vee, de bomen, de zonneschijn. Over de Keltische heilige Kevin van Glendalough wordt verteld dat hij eens stond te bidden met gestrekte armen. Er streek een merel op één van zijn handen neer, bouwde er een nest in en legde haar eieren. Kevin bleef toen enkele weken staan om de merel de gelegenheid te geven haar eieren te laten uitkomen. In deze merel was God immers aanwezig.

Dat God in de schoonheid van de dingen aanwezig is, zullen niet alle mensen beamen. Misschien doordat de dingen hen juist hebben gekwetst – een bekende zal maar verdronken zijn in dat mooie bergmeer. Misschien doordat ze allergisch zijn voor een oppervlakkig geloof dat God overal meent te ontdekken. Dat knuffelen van bomen, tja, of je daarmee God omhelst? Toch kennen velen die momenten dat een berg, de zee of de sterrenhemel je dichter bij God lijkt te brengen. Het zijn stille momenten, waarin je hart als het ware even thuiskomt. Simone Weil, bepaald geen oppervlakkige dame, noemde schoonheid daarom toch ‘de zichtbare glimlach van God’.

 

Stephan de Jong is predikant in de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *