Waar een berg is, is God nabij. Deze gedachte ligt ten grondslag aan diverse bijbelverhalen. Niet vreemd, de berg bevindt zich immers tussen hemel en aarde.
In Matteüs 17 wordt verteld dat Jezus een berg opging met Petrus, Johannes en Jacobus. Hij deed dit kort na een bijzondere uitspraak: sommigen van zijn toehoorders zouden niet sterven voor zij de komst van het Koninkrijk van God hadden meegemaakt. Als Jezus na die uitspraak de berg opgaat, lijkt dat Koninkrijk werkelijk te gaan komen: Jezus’ gezicht begint te stralen als de zon, Mozes en Elia – aankondigers van de eindtijd – verschijnen plotseling, er legt zich een stralende wolk over hen heen en een hemelse stem spreekt. Het kan niet anders: hier op de berg begint het Koninkrijk van God.
Dan komt de climax van het verhaal: een anticlimax. Het visioen is verdwenen. Jezus daalt de berg af richting Golgotha. Beneden staat een man die Jezus smeekt zijn epileptische zoon te genezen. Waar is dat Koninkrijk in vredesnaam gebleven?
In de anticlimax van het verhaal ligt het antwoord besloten: niet op de berg, maar onderaan de berg. Niet in de hoogte begint het Koninkrijk, maar tussen de scherven van het leven. Daar waar Jezus gaat staan naast bezorgde ouders, mensen in het dal, mensen in de diepte, daar begint het Koninkrijk. Waar God nabij is, is de berg.

Stephan de Jong is predikant van de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *