De nacht en de zee

Waarom ik houd van de nacht? Ik weet het niet.
Als ik eens vroeg uit de veren moet, vind ik de vroege ochtend vaak schitterend. Dan denk ik: daar moet ik vaker van genieten. Maar dat lukt niet. Ik ben een avondmens. Tot nu toe onverbeterlijk. Ik mag graag, als het niet te koud is, in het donker buiten zitten. Gewoon wat mijmeren. De nacht is om te slapen, maar ik ben dan juist wakker.
Waarom ik van de nacht houd? Ik weet het net zo min als waarom ik van zwerfstenen houd, van Friese paarden, van de zee. Misschien heeft het met eenvoud te maken. In de nacht, zeker een bewolkte nacht, valt er bar weinig te zien. Dat versimpelt mijn wereld tot een donkere, onzichtbare omhulling. Lastig als ik op de fiets over een donker landweggetje fiets. Soms beland ik in de berm. Maar ook indrukwekkend. De nacht geeft dan hetzelfde gevoel als de zee: eindeloos, eentonig, troostend. Ik verbaas me over mijzelf. Maar ik begrijp de woorden van Kahlil Gibran: ‘Ik verlangde naar een moeder en een vader en ik vond de nacht en de zee.’

Stephan de Jong (predikant van de Protestantse Gemeente Oudemirdum-Nijemirdum-Sondel en redactielid van Open Deur)

 

Beeld: Nan Palmero (www.flickr.com/photos/nanpalmero/15718924258)