Mijn lichaam

Bij de brainstorm over het thema voor januari, ‘mijn lichaam’, viel ons in de redactie al snel op: we hebben het in eerste instantie alleen over haperende, kwakkelende, zieke en geteisterde lichamen. Waarom zou ons lichaam vooral een bron van zorgen en ellende lijken? Het is toch net zo hard een bron van plezier – het genot van spieren die zich spannen en ontspannen, aanraken en aangeraakt worden, zingen, dansen, ademen, vrijen, rennen, springen, zwemmen. Jazeker. ‘Maar er zijn nu eenmaal veel mensen die te kampen hebben met ziekte en een lichaam dat niet perfect functioneert’, bracht een van ons in. ‘Daar moeten we toch juist aandacht aan besteden. En denk eens aan dat perfecte, gezonde lichaam dat ons steeds voorgehouden wordt als ideaal – het is belangrijk daar iets tegenin te brengen.’

Ik denk dat Willem Marie Speelman in het eerste artikel meteen twee woorden noemt die kenmerkend zijn voor ons lichaam: kwetsbaar en gevoelig. En daarin zijn ook meteen het genot en het haperen gecombineerd. ‘Mens is een zachte machine’, dichtte Leo Vroman, ‘propvol tengere draadjes / en slangetjes die dienen / voor niets dan tederheid / en om warmer te zijn dan lucht.’ Een mooi begin van 2014.