Leve de winter

Ik heb altijd een hartgrondige hekel gehad aan kou. De winter kan mij niet bekoren. Wintersport, schaatsen, sneeuwballen gooien – het kan me gestolen worden. Ik verschans mezelf in mijn droge, tochtvrije en cv-gestookte huis. Als ik toch weg moet, bereid ik me grondig voor op de overgang naar buiten. Behalve met een goede jas en aanverwante artikelen, wapen ik me vooral mentaal tegen de kou. Achter de voordeur nog een laatste diepe zucht en dan moet ik.

Ik ken mezelf als een beweeglijk en creatief mens. Tenminste, als de temperatuur daar aanleiding toe geeft. In de winter, als water stolt en de sapstromen zich terugtrekken in de grond, lijk ook ik een meer vaste vorm aan te nemen. Alsof ook ik mijn blaadjes heb laten vallen, het leven zich naar binnen richt en de speelsheid de aftocht blaast. Bewaar je energie voor de dingen die nodig zijn – dat lijkt mijn gestel te zeggen.

Dat alles was zo, totdat ik tien jaar geleden ging hardlopen. Ik begon op een mooie lentedag. Dat was goed te doen. Ik zweette en pufte me door de zomer. De herfst bracht verkoeling. Ik bleef intussen opzien tegen de komende maanden en nam me voor mezelf de ruimte te geven tijdelijk te stoppen als het door de kou niet meer zou gaan. Maar de winter kwam als een verademing. Het bleek een ideaal seizoen om buiten te sporten. Je ademt makkelijk, je kunt je overtollige warmte goed kwijt en je komt tintelfris thuis. Uren later voel ik me nog helder.

Sindsdien heb ik me verzoend met het koude jaargetijde. Sterker nog, elk jaar in mei staak ik het hardlopen. Veel te warm. En dan begint een lange periode met warmte, die ik nog steeds koester, maar waaronder ook een verlangen sluimert naar de koudere periodes. Omdat je jezelf alleen in lage temperaturen naar dat speciale gevoel van zuivering loopt.

Marga Haas is redactielid van Open Deur en schrijft elke twee weken een column over een bijbeltekst. Neem een gratis abonnement op ‘Parelduiken in de bijbel’ via www.margahaas.nl.