Geloven begint met vragen stellen. ‘En dan volgt er geen antwoord maar een zoektocht, waarin je misschien een antwoord vindt via de echte dialoog’, zegt Manuela Kalsky, projectleider van Nieuw W!J’en directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving. ‘Het christendom komt waarschijnlijk met een tegenvraag’, zegt predikant, therapeut en columnist Jean-Jacques Suurmond. ‘Een vraag die wij nooit aan onszelf zouden stellen. Namelijk: mens, blijf je bij al je zoeken naar God en zin en geluk niet uiteindelijk met jezelf bezig, als een hond die rondtolt om zijn staart?’

Nadenken over geloofs- en levensvragen, samen met anderen. Met een open blik, vanuit de veelstemmige christelijke traditie, door kerkelijke en religieuze grenzen heen. Dat past precies bij oecumenisch maandblad Open Deur, dat op 3 oktober 2009 zijn 75-jarig bestaan vierde, in Deventer. De jubileumdag van Open Deur had dan ook als motto ‘Het begint met een vraag’ en tijdens de dag werd op allerlei manieren gecommuniceerd over geloofsvragen. Steeds verbonden met de vragen die mensen in de Nederlandse samenleving zichzelf en elkaar op dit moment stellen, steeds zoekend naar nieuwe manieren om de christelijke traditie opnieuw te verwoorden en te verbeelden.

MEER LEZEN?
Nederlandse hokjes

Jean-Jacques Suurmond en Manuela Kalsky voerden tijdens de jubileumdag van Open Deur een gesprek met als uitgangspunt: op welke vragen van nu geeft christelijk geloof een antwoord? Kalsky stelde de vraag centraal: Hoe gaan we om met de vreemdeling in ons midden? Echt serieus nemen van verscheidenheid betekent volgens haar niet meer in of-of denken, maar in en-en. Zij constateerde een soort herzuiling in Nederland, waarbij iedereen in een hokje wordt gezet, op basis van angst. Terwijl er tegelijkertijd grote behoefte is aan verbondenheid: ‘Ik zie bij veel jonge mensen met wie ik samenwerk dat het verlangen er is om niet alleen “ik” te zeggen.’ Mensen zoeken alleen niet zozeer instituties maar gemeenschappen. De nadruk op eigenheid en eenheid vond Kalsky typisch Nederlands. ‘Ik heb zelf veel meer een streepjesidentiteit. Ik ben Duits-Nederlands, ik ben luthers maar directeur van een katholiek centrum. Ik vind het echt een verrijking om te mengen en je niet weer terug te trekken op je eigen erf.’

Suurmond benadrukte dat mensen ook behoefte hebben aan een eigen ‘kleur’, waar je je mee kunt identificeren. Het verzoenen van twee of drie culturen met elkaar is een heel actueel thema. ‘Alleen: wat is de eenheid daarin?’ Kalsky: ‘Wij doen altijd of eenheid een geweldig iets is. Eigenlijk is eenheid heel gewelddadig, want het sluit altijd uit.’

Houvast

Toch: behoefte aan houvast, blijft. Suurmond: ‘Dat is toch die paradox van: religie helpt ons om ‘ik’ te krijgen, door geborgenheid te geven, door houvast te geven, en dan komt er onherroepelijk een punt dat God zich terugtrekt. Het gaat er toch om je ik te verliezen en het op een nieuwe manier terug te ontvangen. Dat is dan ook echt ontvangen, je hebt het niet meer in eigen hand. Ik denk dat de kerk nog te veel op die eerste pool zit van mensen helpen om een stevig ik, om richting, houvast in hun leven te krijgen. Wat vandaag minder nodig is dan vroeger, want door onderwijs, gezondheidszorg zijn we aardig stevige ikken geworden, zelfs hele grote ikken. En die kerk is nog te weinig bezig om een kerk te zijn voor degenen die gaan lijden aan het zware ik.’

Kalsky begrijpt dat mensen houvast willen en ziet daar wel een rol voor kerken. Niet in de vorm van het aanbieden van dogmatische zekerheden, maar wel door kernwaarden uit de christelijke tradities uit te diepen, die richting geven in deze samenleving. De waarde van moed, bijvoorbeeld. ‘Waar hebben wij als christenen ruggengraat, om te zeggen: dit is een weg die we willen gaan?’

Spontaan

Hoe vorm je nieuwe gemeenschappen, hoe leg je verbindingen tussen mensen van diverse culturen en godsdienstige overtuigingen? Kalsky gelooft vooral in samen dingen doen, kleine projecten, in de buurt. Niet vastgelegd in een bepaald formule, maar wel met een gemeenschappelijke horizon, ‘waarvan je denkt: dit is volgens ons het goede leven voor allen’. Suurmond deelt dit. ‘Je komt elkaar tegen als je samen dingen doet en dan ontdek je dat je veel meer dingen gemeenschappelijk hebt dan je dacht, zelfs als gelovige en atheïst.’ Hij noemde als voorbeeld een kunstproject met als thema ‘de verdwijnende kerk’ waarin schrijvers, beeldend kunstenaars en theologen samenwerken.

Ruimte om te experimenteren, meer verbeelding toelaten en er niet per se van uitgaan dat je een vaste identiteit hebt, propageerde Kalsky.

Wandelend

’s-Middags legden de 250 deelnemers zelf nieuwe verbindingen. Tweetallen die elkaar van tevoren niet kenden, wandelden samen langs de IJssel, intussen pratend over ‘echte dialoog’. Er werd geoefend in het vertellen van verhalen, het schrijven van gedichten en in gezongen dialoog (met vraag en antwoord). Diverse vormen van communiceren over waar je in gelooft – op dvd, als spel – werden uitgeprobeerd. Deventers veelkleurige gelovige traditie functioneerde ook als inspiratiebron: de ‘moderne devotie’ van Geert Grote kreeg opnieuw vorm in het oefenen van het ‘rapiarium’ (opschrijven en verzamelen van gedachtes die je wilt bewaren), en in een bezoek aan diaconaal ontmoetingscentrum het ‘Meester Geertshuis’; Etty Hillesums levenshouding kwam aan bod door een bezoek aan het Etty Hillesumcentrum en het bespreken van enkele van haar teksten. Over vormen van kerk-zijn in de toekomst werd intens gediscussieerd, én – ingevoegd op het laatste moment – over de Nederlandse missie in Afghanistan (met een van de geestelijk verzorgers uit de krijgsmacht, die enige maanden in Afghanistan verbleef).

Op deze Open Deur-jubileumdag bleek dat er nog steeds mogelijkheden zijn voor (brede!) oecumenische initiatieven. En zeker niet alleen bij de oudere generatie.

Esther van der Panne, eindredacteur Open Deur.terugnaarboven



 

Navigatie