Liturgische suggesties bij Open Deur september 2010

Johannes


De vrouw bij de bron

Aansluitend bij Open Deur pagina 6 en 7.
Bijbel: Johannes 4: 1-42
Liedboek voor de kerken:

Gezang 75 U kennen, uit en tot U leven (
Gezang 206 Komt drinken wij tot lafenis

Zingenderwijs:

97 Levend water
100 Mensen hier bijeengekomen

 
Lazarus
Aansluitend bij Open Deur pagina 10 en 11.

Bijbel: Johannes 11
Liedboek voor de kerken:

Gezang 275 Er was een kind dat zwaar en diep
Verzameld liedboek:

Dan zal ik leven

 
‘Ik ben…’
Aansluitend bij Open Deur pagina 12 en 13.

Bijbel: Johannes 6:35, Johannes 10: 7 en 11, Johannes 14; 6; Johannes 15: 1-8.
Liedboek voor de kerken:

Gezang 75 U kennen, uit en tot u leven
Gezang 357 Breek ons, Heer, het brood.
Verzameld liedboek:

Niemand heeft u ooit gezien
Toen Jezus in zijn uur gekomen was
Lied van de wijnstok
Zo vriendelijk en veilig als het licht
Tegen het donker (Sytze de Vries):

71. Voortaan zal ik zelf omzien
78. Ontferming heeft God toegezegd
Tussentijds:

Zo vriendelijk en veilig als het licht
God, die ons aan elkaar

 
 
Lazarus
Weet u zeker dat hij terug wilde?
Een stille, teruggetrokken man tussen
twee sterke, praatgrage zusters, –
moest hij werkelijk opnieuw beginnen?
 
aan een leven dat meer van hem eiste,
blijkbaar, dan hij geven kon? Hij was
een goede vriend van u, – vond u dat
hij iets moest afmaken dat was blijven
 
liggen of dat hij anders had moeten
doen? Was zijn dood u een onrecht,
een pijnlijke vergissing die hij zelf
nog herstellen mocht, de woedende
 
uitdaging van een grillig noodlot?
Bedacht u dan niet dat zijn tweede
leven oneindig zwaarder zou zijn, wreder,
de doodsnood van een volwassen geboorte?
 
Hij werd een bezienswaardigheid, –
waarom hebt u hem dat aangedaan?
Was dit teken u zijn vriendschap waard,
uw overwinning zijn tweede stervenspijn?
 
Vermoedens, vragen, twijfels. Hoe dan ook:
de zusters kregen hun zin, zij konden
hun broer weer onder hun fikse zorgen
bedelven, hij at zwijgend weer hun brood, –
 
zijn ogen wel bleker, wijder, groot
van vreemd, soms onheilspellend licht,
een gruwelijk verlengd wonder. Ik
zal blij zijn met een gewone dood.
 
Gabriël Smit
Uit:Gedichten. Ambo, 1975.
 
 

Jij hebt van tranen en van pijn geweten
Jij hebt van tranen en van pijn geweten
en op de dorre grond jouw bloed vermorst.
Jouw leven werd diep in de put versleten
als Jozef eens. En jij riep uit: ‘Mij dorst’.

Waar ooit het levend water gastvrij vloeide,
daar sloten wij de rijke bronnen toe;
en waar de lelie en amandel bloeiden,
daar werden wij de twist noch tweedracht moe.
 
Jij bent barmhartig tussenbei gekomen
en hebt een bres geslagen in de grond:
een open graf! Er is een beek gaan stromen,
de waat’ren spuwen Jona uit hun mond.
 
Wij hebben samen bij de bron gezeten,
Jouw woorden als klaar water in de mond;
daar heb je van mijn dorst en pijn geweten,
;Jij was de eerste, die mijn klacht verstond.
 
Gezegend zij de drenker van de schapen;
gezegend zij de Meester die mij ziet!
Mijn herder zal niet sluimeren of slapen
en in mijn dorre keel schept Hij een lied.
 
Wonno Bleij
Zingend geloven 8, Boekencentrum, Zoetermeer, 2004



 

Navigatie