Ik belde een vriendin. Haar moeder was enige weken daarvoor begraven. ‘Hoe is het met je?’, vroeg ik. ‘Ik ben zo blij dat je dat vraagt’, zei ze. ‘Ik was van de week even in de stad. Ik dacht: dat kan ik wel weer aan. En ik kon het ook, maar wat het moeilijk maakte was mensen ontmoeten. Want weet je wat er gebeurde? Iedereen vroeg: “Hoe is het nu met je vader?” Heel aardig bedoeld, vast en zeker. Maar toen ik thuiskwam, moest ik huilen. Ik voelde me zó in de steek gelaten. Niemand had gevraagd hoe het met míj was.’

Ik wist even niet zo goed wat ik moest zeggen. Een gevoel van schaamte bekroop me. Dit had ik vast ook al vaak gedaan. O, in alle oprechte belangstelling, dat wel. Maar ik zag ineens hoe verleidelijk het is – vragen naar de echtgenoot als de dochter voor je neus staat. Het is zoveel makkelijker. Want je weet maar nooit wat je losmaakt als je naar háár welzijn vraagt. Straks gaat ze nog huilen! Dan maar liever de aandacht weg van hier, naar een afwezige derde. Dat is veilig, een soort van onder controle te houden. Maar daarmee zie je wel de vrouw die voor je neus staat over het hoofd.

Vijf simpele woorden. Hoe is het met je? Het is voldoende om iemand die verlies draagt, zich niet ook nog verloren te laten voelen.

 

Marga Haas is redactielid van Open Deur en schrijft elke twee weken een column over een bijbeltekst, ‘Parelduiken in de bijbel’. Neem een gratis abonnement via www.margahaas.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *