Dat er in mijn donkere puberjaren nog lichtpuntjes waren – het is slechts te danken aan de brief.

Vanaf mijn tiende correspondeerde ik met achtereenvolgens vier dienstweigeraars. U weet wel: leger, dienstplicht, geen vervangende dienst willen doen omdat je tegen het systeem was, een jaar de gevangenis in. De namen en adressen van deze jongemannen stonden achterop een blaadje, ik meen dat het Kerk en Vrede was. Ik had mijn moeder een correspondentie zien onderhouden met één zo’n jongen. En ik volgde, geheel onschuldig overigens, haar voorbeeld.

Het gevoel als ik een brief op de bus deed. Ik ging iemand iets geven. Een verrassing. Iets helemaal voor hém alleen. Iets dat welkom was. Waar naar uitgezien werd. Een woord uit de buitenwereld. De brieven gingen voor zover ik me herinner niet over verheven onderwerpen; ik schreef gewoon over mijn kleine belevenissen. Maar ik was er van doordrongen dat de ontvanger die belevenissen voorlopig zelf niet zou meemaken.

En dan begon het wachten, het zoete wachten. Dát er een antwoord zou komen – dat was geen vraag. Deze heren hadden toch niets beters te doen. De tintelende spanning als ik thuiskwam van school. Ligt er voor mij een envelop op de trap? Vaak teleurstelling. Maar áls de postbode dan een brief had gebracht… Aandacht! Speciaal voor mij alleen! De brief ging in mijn schooltas, ik nam een kopje thee mee naar mijn kamer en posteerde me daar op bed om de woorden die iemand speciaal en alleen voor mij had opgeschreven, op te zuigen. Ik las en herlas. En voelde me gezien.

Ja, de brief heeft mij die jaren goed gedaan. Geen idee wat er van mij terecht zou zijn gekomen als de dienstplicht eerder was afgeschaft.

 

Marga Haas is redactielid van Open Deur en schrijft elke twee weken een column over een bijbeltekst.  Neem een gratis abonnement op ‘Parelduiken in de bijbel’ via www.margahaas.nl.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *