Oog in oog

Auteur Esther van der Panne | Verschijningsdatum 1 april 2010 | Thema: Woede

Woede heeft een slechte pers en heilige woede al helemaal. Dat is pas echt linke soep.
De Zwitserse theologe Lytta Basset gelooft juist in heilige woede. Woede die je in contact brengt met God.

 

Ministers die elkaar woedend toeblaffen – dat is niet gewenst in Nederland. Je moet je woede niet te ongeremd uiten in het openbaar, anders komen we terecht in een arena vol korte lontjes die om het minste of geringste ontbranden in een blinde razernij. ‘Wij’ gewone, beschaafde Nederlanders houden ons in; wij schreeuwen niet op voetbaltribunes, gedragen ons niet bot op straat en zetten niet bij elk commentaar meteen een grote bek op of erger.

Woede heeft een slechte pers en heilige woede al helemaal. Dat is pas echt linke soep. Heilige woede betekent heilige strijd: mensen die geweld plegen in naam van God, mensen die een geweldloze maar onverzettelijke strijd voeren tegen van alles en nog wat, omdat ze zeker weten dat God daartegen is – tegen homo’s, tegen de winkels open op zondag, tegen kernenergie, tegen oorlog; mensen die wraak nemen omdat ze gekwetst zijn in wat voor hen heilig is. Om heilige woede hangt de geur van onverdraagzaamheid, van jezelf afscheiden van de mensheid omdat je tot het betere (het goede) deel behoort.

Bovendien is heilige woede bijna hetzelfde geworden als lange tenen hebben: ‘ik’ moet mezelf niet de kaas van het brood laten eten, want ik ben de moeite waard. Dus schreeuw ik zodra ik me aangetast voel in mijn heilige, diepste zelf. En dat is snel het geval.

 

Heilig vuur

Toch wil ik het opnemen voor die heilige woede. Waarom?
Woede is een enorme kracht die we hard nodig hebben in deze wereld waar zoveel niet klopt, waar zoveel mensen lijden, en zoveel onrecht bestaat. Als je je nergens meer kwaad over maakt, zink je weg in een soort duffe onverschilligheid. Woede heeft ook te maken met hartstocht, met waardigheid en trots.

En woede is onvermijdelijk. Alleen al omdat mensen nu eenmaal botsen. Dan lijkt het me juist belangrijk om de confrontatie met iemand anders niet uit de weg te gaan of voortijdig te smoren in het idee dat ‘we toch in vrede en harmonie willen samenleven’.

Maar waarom moet dat ‘heilig’ erbij? Aan de ene kant juist om onderscheid te maken tussen mijn menselijke woede en woede van God. Om te voorkómen dat ik God gebruik om mijn eigen woede op te projecteren en net doe alsof God boos is als ikzelf boos ben.

Aan de andere kant om te beseffen dat woede me in contact kan brengen met het heilige, met God.

 

Roepen

De Zwitserse theologe Lytta Basset wijdde een heel boek aan heilige woede, met tal van bijbelse voorbeelden van die woede – bij Jacob, Job, Jezus.

Basset begint bij het lijden, het kwaad dat ieder mens in zijn leven treft. Niemand blijft daarvan gevrijwaard. Je krijgt altijd ellende op je bord waar je niet om gevraagd hebt. Dat roept woede op, die je niet kunt ontlopen. Het is heel belangrijk dat je iemand hebt om je woede aan te ‘adresseren’, zegt Basset. Ook als niemand verantwoordelijk is voor het kwaad dat je getroffen heeft, roep dan maar tegen een lege hemel. Uiteindelijk gaat het er niet zozeer om wie dat kwaad veroorzaakt heeft, het gaat er vooral om hoe je erop reageert, hoe je verder komt.

 

Harde pit

In crisissituaties word je teruggeworpen op je ‘harde pit’, op datgene wat je koste wat het kost niet op kunt geven, datgene in jou wat zich nooit tot zwijgen laat brengen. En juist dát is het heilige in jou, dat wat verwant is met de Heilige. Daarom kan die heilige woede je in contact brengen met God.

Het belangrijkste voor Basset is dat heilige woede altijd in het teken staat van een relatie tussen jou en de ander. Die ‘ander’ kan een ander mens zijn of God. Eigenlijk is het niet ‘of’, want die relaties hangen met elkaar samen: ieder ander is beeld van God zoals jij dat bent. Verbreek je de relatie met een ander mens definitief (door te ontkennen dat zij ook beeld van God is en haar het recht op leven te ontzeggen), dan tast dat ook je relatie met God aan.

 

Derde weg

In een confrontatie kan de woede twee kanten opgaan: de ander valt jou aan en vernietigt – een deel van – jou of jij vernietigt de ander. Het is eten of gegeten worden. De heilige woede zoekt een derde weg: de confrontatie aangaan en uithouden op zo’n manier dat je ‘oog in oog’ blijft. Je verbreekt de relatie met de ander niet maar je houdt ook de grens vast tussen die ander en jou. Je weigert om jezelf helemaal te laten ‘opeten’, maar jij eet ook die ander niet op.

Kaïn, bijvoorbeeld, gaat de confrontatie niet aan. Hij wordt boos omdat God geen oog heeft voor zijn offer en wel voor dat van zijn broer Abel. Dan laat hij ‘zijn gezicht vallen’ (lees: hij verbergt zijn gezicht voor God). Dan vraagt God: Waarom ben je zo boos? Wat belet je om me in de ogen te zien en met me te praten? Juist het ontlopen van die confrontatie en het verbreken van het contact maakt van Kaïns woede een niet-heilige woede.

 

Iemand staat op

Het ‘heilige’ in ‘heilige woede’ is bij Basset heilig in de zin van: apart gezet. Het is woede die mij scheidt van de chaos van het lijden waar ik in verstikt ben, chaos die het onmogelijk maakt om te leven, chaos die mensen belet elkaar aan te kijken en ze van elkaar verdeeld houdt omdat ze vastzitten in stereotiepe beelden van ‘vijand’, ‘slachtoffer’, ‘aanvaller’.

Heilige woede wil niet zichzelf alsmaar bevestigen en is niet uit op wraak.

Heilige woede kan zich heel verschillend uiten. Iemand durft te zeggen ‘ik weiger’. Iemand zegt haar eigen waarheid op een plek waar die ogenschijnlijk geen enkele kans hebt om gehoord te worden. Iemand komt op voor een ander die in zijn waardigheid wordt aangetast.

 

Maar je blijft kwetsbaar en beperkt. Je kunt nooit doen alsof je eigen, menselijke woede, de woede van God is. En dus in naam van God ten strijde trekken.

Wij zijn God niet. “Wij mensen moeten ons met het recht behelpen. Gerechtigheid, het uiteindelijke oordeel, ligt buiten ons bereik” zoals een gepensioneerde rechter opmerkt in de film ‘Rouge’ van de Poolse regisseur Kieslowski.

Esther van der Panne
Eindredacteur van Open Deur