Waar dank ik dit aan?

Auteur Dick Stap | Verschijningsdatum 1 januari 2011 | Thema: Kwaad

Je wordt ziek. Het blijkt een ziekte die niet meer over gaat. Een taaie kwaaie tegenstander die zich in je genesteld heeft.
Even taai is de gedachte dat je wel iets verkeerd gedaan zult hebben, dat die ziekte je eigen schuld is.

 

Ik denk niet dat het goed is om chronische ziekte alleen maar als een kwaad te zien. Toch kom ik die gedachte in mijn ziekenhuis vaak tegen. Mensen vragen mij dan: ‘Waar heb ik dit aan te danken. Ik heb toch goed geleefd?’ Die patiënten stellen een terechte vraag. Het antwoord is echter niet eenvoudig. Wanneer je het er niet mee eens bent dat chronische ziekte een kwaad is, moet je opboksen tegen een stokoude geloofstraditie. Overal vind je het idee dat ziekte en zonde – en dus: het kwaad – alles met elkaar te maken hebben.

Het bekendste voorbeeld komt uit het Oude Testament. Job is alles kwijtgeraakt. Hij wordt zelfs chronisch ziek: melaats. Zijn vrienden zeggen dat hij alleen zó ziek kon worden, omdat hij vroeger wel gezondigd zal hebben. Job wordt daar woedend om. Hij houdt vol dat hij rechtvaardig is en niets verkeerds gedaan heeft. Er is voor hem juist geen verband tussen ziekte en zonde. Daarmee is Job een van de weinigen in de bijbel die zich verzet tegen dat verband.

 

Hulpeloos en schuldig

Als chronisch zieke ben je met je geloof in de problemen. Wanneer een ziekte veroorzaakt zou worden door wat je zélf gedaan hebt, dan zou het ziek zijn je eigen ‘schuld’ kunnen zijn. Maar meestal is de oorzaak van een chronische ziekte onbekend. Daardoor wordt het kwalijke van de theorie van ‘ziekte is zonde’ duidelijk. Je staat op die manier als zieke hulpeloos middenin het ‘kwaad’ van je ziekte. Maar je bent tegelijk schuldig aan dat kwaad. Dat is een onrechtvaardigheid die niet valt te rijmen met een liefdevolle God. Zo wordt het ‘lijden aan het geloof’ toegevoegd aan wat al zoveel lijden is.

 

Vergeef jezelf

Ik heb dit anders leren zien door mijn eigen ervaring met niet meer beter worden. Ik weet niet wat de oorzaak van mijn ziekte is. Wie God precies is, dat weet ik ook niet. In die situatie van ‘niet weten’ moet ik het als zieke zien uit te houden. De vraag wordt nu: hoe? Hoe kan ik ondanks mijn beperkingen nog een goed leven hebben?

Het antwoord kan ik alleen vinden wanneer ik mijzelf leer vergeven dat mijn leven soms zomaar voorbijgaat zonder dat ik eraan kan deelnemen. Wanneer ik mijzelf mijn lichamelijke tekort kan vergeven, kan ik van daaruit steeds proberen zelf antwoord te geven op de vraag hoe ik toch een goed leven kan hebben. Dan wordt het leven een creatieve opdracht, moeizaam maar mooi. Omdat het soms lukt om er nog iets van te maken!

Daardoor wordt een chronische ziekte nog geen lolletje. Dat wordt het nooit. Ziek zijn is op die manier echter ook niet alleen een kwaad. Het omgaan met niet meer beter worden, heeft goede en slechte kanten. Wie de ‘hoe-vraag’ waagt te beantwoorden, zoekt elke dag het moeizame evenwicht tussen die twee uitersten. Met de moed om ondanks alles het leven welbewust te lijden, kan ik soms toch de onbekende God ontmoeten waarin ik probeer te blijven geloven.

 

Dick Stap
is als geestelijk verzorger verbonden aan ZorgSaam ziekenhuis in Terneuzen in Zeeuws-Vlaanderen; hij is chronisch ziek.