Vuur en beschaving

Auteur Aart Mak | Verschijningsdatum 1 mei 2013 | Thema: Pinksteren, Vuur

Socioloog Goudsblom (1932) schreef een standaardwerk over de geschiedenis van vuur. Het benutten van vuur onderscheidt mensen van dieren. Toen mensen vuur gingen gebruiken, was dat een essentiële stap in de menselijke beschaving.

 

‘Vuur is een natuurverschijnsel, ouder dan de mensheid. Bij blikseminslag op droog hout ontstaat brand. Maar het is ook weer niet zo oud als de aarde. Pas sinds op het land planten groeiden, was er brandstof, zuurstof in de juiste menging en hitte. Toen pas was er vuur: ongeveer een miljard jaar geleden. Ergens tussen de tweehonderdduizend en tweemiljoen jaar geleden heeft de mens zijn entree gemaakt. Ik denk dat ieder mens die toen leefde, minstens één keer in zijn leven wel eens vuur heeft gezien.’

‘De omgang met vuur heeft misschien enkele miljoenen jaren geduurd. In die periode zullen mensen langzaam geleerd hebben hoe je in de buurt van vuur kunt zijn en van vuur kunt profiteren, zonder dat je er voortdurend ongelukken mee veroorzaakt. Volgens de primatoloog Wrangham zijn er aanwijzingen in de menselijke anatomie dat mensen ongeveer 1,8 miljoen jaar geleden vuur gingen gebruiken. Toen is hun kaak kleiner geworden. Ze gingen een deel van hun voedsel koken, dus hoefden minder te kauwen. Een chimpansee is een groot deel van de dag voedsel aan het kauwen en verteren. Door voedsel te koken kregen mensen (of mensachtigen) meer tijd voor andere bezigheden. Het vuur had het meeste werk al gedaan.’

 

Machtsbalans

‘Mijn belangstelling voor het vuur is gekomen via het onderwerp beschaving. Een van de begrippen die ik uit Het civilisatieproces van Norbert Elias, haalde, was “machtsbalans”. Verschuivingen in deze balans zijn van groot belang voor de verhoudingen tussen mensen. Bij machtswinst en machtsverlies verandert het gedrag. Dat hield me bezig. Toen zag ik La guerre du feu, een film van de Frans-Canadese cineast Annaud. Als de film begint, is het pikdonker. Dan zie je een vuur, ergens in een oerwoud, met een groep slapende mensachtigen eromheen. Eén figuur zit te dommelen, die moet blijkbaar de wacht houden. Dan komen er wolven aan. Voorwereldlijke wolven, met slagtanden. Je denkt: dit moet misgaan. Maar dan ontwaakt de wachter. Hij pakt een stok uit het vuur en gooit die naar de wolven. De brandende stok raakt een wolf, die begint te huilen. Alle wolven vluchten. Wat ik zag was een omslag in de machtsbalans tussen mensen en roofdieren. Daardoor ben ik me gaan interesseren voor vuurbeheersing. En dat is me blijven bezighouden.’

 

Exclusief menselijk

‘Het benutten van vuur en het gebruiken van brandstof is exclusief menselijk. Mensen onderscheiden zich ook door techniek en taal van andere dieren, maar deze zijn minder exclusief. Een chimpansee kan ook met een stok in een termietenheuvel poeren. Dolfijnen en bijen hebben een taal. Maar geen enkele andere diersoort beschikt over vuur. Tegelijkertijd is vuur universeel menselijk. Niet iedereen heeft een iPad, maar overal waar mensen wonen, hebben ze middelen om vuur te maken en producten die met behulp van vuur tot stand zijn gekomen.’

 

Wat er werkelijk is

‘Ik vond een dagboek dat ik bijhield in de vijfde klas van het gymnasium. Ik werd gegrepen door lessen die een leraar gaf over Democritus. Deze Griekse filosoof was de vader van het atomisme. Eerst waren er losse atomen. Toen kwam er beweging in de chaos van losse atomen en uit die beweging is orde ontstaan. Ik vond het prachtig en schreef het op alsof ik het zelf bedacht had. Bij herlezen herkende ik de gedachten van Democritus. Het spreekt mij nog steeds aan. Daarin ben ik dezelfde gebleven. Altijd maar die drang om te begrijpen en onder woorden brengen wat er werkelijk is.’

 

Interview: Aart Mak, pastor bij Kerk zonder grenzen, het omroeppastoraat van Radio Bloemendaal, en redactielid van Open Deur.

 

  1. Goudsblom, Vuur en beschaving, Meulenhoff, 1992.