Heilige van de duisternis

Auteur Victor Bulthuis | Verschijningsdatum 1 juni 2010 | Thema: Vertrouwen

‘In mijn hart is geen geloof – geen liefde – geen vertrouwen; er is zoveel pijn – de pijn van verlangen, de pijn van niet gewenst zijn.’ Een schok ging door de wereld toen twee jaar geleden de brieven van Moeder Teresa verschenen. Was dit echt de ‘heilige van Calcutta’, de Nobelprijswinnares, het toonbeeld van ongeschokt godsvertrouwen?

 

Moeder Teresa wordt in 1910 geboren als Agnes Gonxa Bojaxhiu in Skopje. Op 18-jarige leeftijd vertrekt ze als Loreto Sister naar India en werkt twintig jaar lang als onderwijzeres aan een meisjesschool in Calcutta. Uitermate gedreven is ze, wat vooral blijkt uit de persoonlijke gelofte die ze doet in 1942, om God ‘op straffe van doodzonde alles te geven en Hem niets te weigeren’.

In 1946 is ze uitgeput. Op weg naar een retraite in Darjeeling hoort ze naar eigen zeggen de stem van Jezus, die haar vraagt een nieuwe weg in te slaan: ‘Kom – kom – draag Mij de krotten van de armen binnen – Kom, wees mijn licht.’ Dorst heeft Hij naar de slumdogs, in het bijzonder de slachtoffertjes van kinderprostitutie; zusters wil Hij die Hem naar hen toe brengen. Teresa’s biechtvader, pater Van Exem, helpt haar ontdekken of deze roepstem echt is. Eenmaal overtuigd pleit hij voor haar en haar streven naar een nieuwe zustercongregatie bij Ferdinand Périer, de aartsbisschop van Calcutta. Die is echter terughoudend en zal pas twee jaar later overstag gaan, na lang aandringen van Teresa. In 1948 is de congregatie van de Missionaries of Charity een feit. Vele jonge vrouwen treden toe en aan weldoeners is geen gebrek.

 

Ik bid niet meer

In diezelfde tijd echter wordt Teresa, ‘Moeder’ voor haar zusters, overvallen door een innerlijke duisternis die vrijwel ononderbroken zal duren tot haar dood in 1997. In 1956 schrijft ze aan aartsbisschop Périer: ‘Hoe meer ik Hem wil – des te minder ben ik gewild. – Ik wil Hem liefhebben zoals Hij nog nooit is liefgehad – en toch is er die afgescheidenheid – die verschrikkelijke leegte, dat gevoel dat God afwezig is.’ De bisschop probeert haar gerust te stellen: kennen ook grote mystici als Johannes van het Kruis immers geen ‘donkere nacht van de ziel’, een periode waarin het geloof een lege huls lijkt? Maar Moeder Teresa twijfelt niet aan het bestaan van God, hoewel ze soms zo ver gaat te zeggen: ‘Ik heb geen geloof.’ Nee, het is veel pijnlijker: God is er wel degelijk – alleen niet voor haar. Daarom neigt ze er zelfs toe haar jawoord te verruilen voor een ‘nee’. Schokkend is de brief die ze in 1959 aan Jezus, ‘de Afwezige’, schrijft: ‘Ik bid niet meer. – Mijn ziel is niet één met U – en toch, wanneer ik alleen ben op straat – loop ik urenlang tegen U te praten over mijn verlangen naar U. – Wat zijn deze woorden intiem – en toch zo leeg, want ze brengen me niet dichter bij U.’

 

Heel mens

Tot haar dood blijft haar ziel leeg, donker en eenzaam. Toch verandert er iets als ze eind jaren vijftig de theoloog Joseph Neuner leert kennen. Door hem leert ze Jezus als ‘verborgen aanwezigheid’ te zien en haar duisternis als ‘een heel, heel klein deel’ van de duisternis en pijn die Jezus heeft gekend. ‘Voor het eerst ben ik van de duisternis gaan houden. […] Vandaag heb ik een werkelijk diepe vreugde gevoeld – dat Jezus niet meer door de marteling heen kan gaan – maar dat Hij er doorheen wil gaan in mij. Meer dan ooit geef ik mezelf aan Hem over – Ja – meer dan ooit zal ik tot zijn beschikking zijn.’

‘Als ik ooit heilige word – word ik er ongetwijfeld een van de “duisternis”’, schreef Moeder Teresa. Als heilig ‘heel’ betekent en een heilige een mens uit een stuk is, dan is ze er een. Want God niet ervaren en Hem tegelijk met heel je hebben en houden blijven aanhangen, afwezigheid ervaren en tegelijk zelf aanwezig blijven – dat is vertrouwen op het scherpst van de snede.

 

Victor Bulthuis
Priester van het Aartsbisdom Utrecht en redactielid van Open Deur.

 

Moeder Teresa – Kom, wees mijn licht. De persoonlijke geschriften van de ‘Heilige van Calcutta’, redactie en commentaar van Brian Kolodiejchuk MC. Uitgeverij Tirion, Baarn, 2008.