Meebewegen of de strijd aangaan?

Auteur Judith van der Werf | Verschijningsdatum 1 januari 2011 | Thema: Kwaad

Wat te doen als het kwaad je raakt? Is er een antwoord op het kwaad, een strategie tegen het kwaad? Ik moet denken aan een veel gezongen lied: ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit weer dooft…’ Het lied roept de suggestie op dat er middelen zijn om het duister te bestrijden. Hoe is dat met het kwaad?

 

Kwaad is er, het gebeurt. Met alle gevolgen van dien, want kwaad maakt altijd slachtoffers. Al lijkt het soms geen verschil te maken of je door de ene of de andere ramp getroffen wordt, het maakt wel degelijk uit of mensen er de hand in hadden. Of het voorkomen had kunnen worden. Of er sprake was van menselijk falen of van opzet en nalatigheid. Bij het kwaad waar we het hier over hebben, gaat het over keuzes, over menselijk handelen en persoonlijke verantwoordelijkheid.

 

Het zuigt en trekt

In de lijn van kerkvader Augustinus is het kwaad wel omschreven als het ontbreken van het goede, een onvolkomenheid in ons bestaan. Men zag in de geschiedenis een voortschrijdend proces van onvolkomen naar volkomen, waaraan de mens zijn of haar medewerking verleende door het doen van het goede, door het mobiliseren van goede bedoelingen. Met name na de Tweede Wereldoorlog gaven filosofen en theologen aan dat deze visie geen recht doet aan de realiteit van het kwaad noch aan het lijden dat daardoor veroorzaakt wordt. Het kwaad is veel genuanceerder en grimmiger. Het heeft een zekere zelfstandigheid, maar vaak onderkennen we het niet omdat het zich vermomd presenteert, verweven is met het goede. Alsof er aan het kwaad een duistere kant zit die zich niet inzichtelijk laat maken. Kwaad doet iets met je; het trekt aan je, zuigt je mee, het corrumpeert. En als kwaad je overkomt, laat het je veelal ontsteld en machteloos achter, alsof je er geen verweer tegen hebt. Er is niet een simpele oplossing als ‘vermijd het kwade en doe het goede’.

 

Doofpot

Wat dan wel? Willen we het lijden serieus nemen, dan moeten we het kwaad durven aanwijzen en benoemen. Niet om vervolgens kwaad met kwaad te vergelden, maar om te kijken of kwaad kan worden ingeperkt, uitgebannen of omgevormd. Zo is de afgelopen jaren seksueel misbruik in de kerk als kwaad aangewezen. Slachtoffers confronteerden diverse kerken met barre feiten, maar zagen zich geconfronteerd met ontkenning en het afhouden van verantwoordelijkheid. Er waren wel kerken die het kwaad erkenden, tot bezinning kwamen en stappen zetten om daders aan te pakken en verder kwaad te voorkomen. Maar er waren ook kerken die de doofpot intact lieten en het kwaad toedekten.

 

Daar zit ’t

Kwaad aanwijzen, het benoemen is een eerste stap. Het heeft zin om een probleem aan te kaarten. Je kunt dan maatregelen nemen om dit specifieke kwaad de wereld uit te helpen. Maar er zitten ook risico’s aan het benoemen. Op het moment dat je kwaad aanwijst, zeg je niet alleen ‘hier zit het kwaad’, maar tegelijkertijd ‘daar zit het niet’. Met de schijnwerper op de ene uiting van het kwaad zie je de andere niet. Je bent minder kritisch, ook ten aanzien van de balk in je eigen oog.

En hoe ongenuanceerder je benoemt, hoe groter de kans dat het er niet toe bijdraagt om kwaad te bestrijden, maar juist nieuw, ander kwaad uitlokt. Zoals de opvatting van de PVV dat dé islam het kwaad is dat Nederland bedreigt. Dat lokt de gedachte uit dat elke gelovige moslim een potentieel gevaar is, ongeacht de persoon in kwestie, de mate van geïntegreerd zijn of diens geloofshouding. Mensen worden bij voorbaat apart gezet en tot zondebok gemaakt. Het aanwijzen creëert hier nieuw kwaad. Aan de andere kant: als je kwaad niet benoemt, zeg je daarmee dat het allemaal wel meevalt? Welke oplossing je ook zoekt, het roept vragen op. Het is met recht een duivels dilemma.

 

Laat je ziel niet stelen

Je zou kunnen concluderen dat het niet uitmaakt wat je doet. Maar dat is zeker niet waar. Het is belangrijk om de geesten te onderscheiden. Dat kan niet zonder analyse en discussie, maar ook niet zonder je intuïtie te gebruiken, je gevoel en ervaring te laten spreken. Dan zal het soms wijzer zijn om niet direct te handelen, maar eerst mee te bewegen en alert te zijn. In andere gevallen zul je de strijd aangaan omdat je ‘verschillig’ wilt blijven.

Maar we zullen ook gevoed moeten worden. We hebben ook rituelen nodig waarin we het goede aanroepen; inkeer en gebed om zuiver en open te worden; en mensen, bondgenoten met wie je het licht brandend houdt en liedjes zingt: Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit weer dooft! Want je alleen maar richten op het bestrijden van kwaad, dat steelt uiteindelijk je ziel.

 

Judith van der Werf
pastor bij het IKON-pastoraat