Het witte paradijs

Auteur Stephan de Jong | Verschijningsdatum 1 januari 2015 | Thema: Kou

In ‘Het witte paradijs’ (1948) beschrijft Pieter van der Meer de Walcheren de witte puurheid in het Kartuizerklooster in de Alpen. Wat doet sneeuw voor de ziel? Een boekbespreking.

Pieter van der Meer de Walcheren (1880-1970) was een dichter die monnik werd. Kort na de Tweede Wereldoorlog schreef hij een spiritueel boekje, getiteld ‘Het witte paradijs’. Hij verlangde naar zuiverheid in een door geweld bezoedelde wereld. Die zuiverheid vond hij bij de streng contemplatieve monnikenorde van de Kartuizers.

Verborgenheid van de stilte

In de elfde eeuw had Bruno, de stichter van de orde, hoog in de Franse bergen een klooster gesticht. La Grande Chartreuse heet het nu. Bruno werd geïnspireerd door de woestijnmonniken, een vroegchristelijke monnikenbeweging die zich in de woestijnen van Egypte en Syrië wijdden aan meditatie en gebed. Net zo trokken Bruno en zijn medemonniken zich terug in de eenzaamheid van de besneeuwde bergen. Die rust is een voorwaarde voor ‘een geluidloze, immer zich versnellende vaart naar God’, zoals  Van der Meer de Walcheren het zegt. Hier konden de monniken – naar Chartreuse ‘Kartuizers’ genoemd – zich wijden aan ‘Godschouwing en stadig gebed’ in de diepste verborgenheid van de stilte.

Zuiver

Van der Meer de Walcheren bestempelt het bergklooster als ‘het witte paradijs’. ‘De lucht is zuiver als in het Paradijs.’ Het wit slaat op de besneeuwde omgeving, maar is ook de kleur van het spirituele vuur. ‘Alle ruiten zijn tot matglas bevroren. De koude legt haar ijzige handen op mijn gelaat… Maar hier bevriest je hart niet. Hier zoekt niemand het woord Eeuwigheid te spellen met ijsblokken. Hier hebben ze het gevonden, hier heeft God met wit-heet vuur de harten verbrand.’ Door een venster naar buiten kijkend naar de besneeuwde bergen ondergaat Van der Meer de Walcheren niet anders dan ‘… de diepe, diepe stilte van God en zijn universum. En die stilte is de zekerheid.’

Alles is wit

De schrijfstijl in het boekje is lyrisch. Wie zich niet te veel laat storen door Van der Meer de Walcherens archaïsch aandoende zinnen, proeft hoe hij onder de indruk is van het contemplatieve leven in de Alpen. ‘Het is volmaakt stil in deze witte wereld. Alles is wit. De daken zijn wit, de bergen zijn wit in het vlakke, zachte, smetteloze hulsel van de sneeuw… De dag wordt wit en goud, want opeens stroomt het zonlicht uit den kouden wolkeloozen hemel over den weeken witten bergmuur heen, het dal in. De wereld is geraakt door het licht, als de ziel door de genade. Ik kijk en luister. Niets dan de stilte, die om mij leeft, om en in mij ademt, binnen in mij, tot in de diepste diepten van mijn hart doordringt als een onzegbare tegenwoordigheid.’

Na de chaos

In het witte paradijs vond Pieter van der Meer de Walcheren na de chaos van de Tweede Wereldoorlog een nieuwe puurheid. Het leven lijkt vaak meedogenloos, krankzinnig zelfs, een avontuur vol risico’s. Maar het kan ook wit zijn. Van der Meer de Walcheren ontdekte in La Grande Chartreuse: ‘… het is pure tederheid en vuur. Het is goedheid.’

Pieter van der Meer de Walcheren: Het witte paradijs. Utrecht, Uitgeverij Het Spectrum, 1948.

 

Stephan de Jong is predikant van de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.