De reis van mijn leven

Auteur Alia Azzouz | Verschijningsdatum 1 juli 2014 | Thema: Levensreis

Op 5 oktober vertrek ik met mijn ouders en man op hadj, de bedevaart naar Mekka. De reis waar we al jaren naar uitkijken wordt dan nu eindelijk werkelijkheid.

 We beginnen onze hadj in Medina, de heilige stad waar onze Profeet Mohammed ligt begraven. De stad waarvan Allah heeft gezegd dat Hij ervan houdt. Medina is magisch. Je vergeet alles om je heen en denkt terug aan eeuwen geleden toen de Profeet hier rond liep met zijn metgezellen. Iedere hoek, iedere steen heeft een verhaal. We bezoeken het graf van de Profeet en bidden op het stukje waarvan hij heeft gezegd dat dat een stukje hemel op aarde is. Medina is een rustige, geordende, nette stad. Je voelt de rust. Wat een mooi begin.

 

Geluk is hier

Daarna reizen we naar Mekka. Het is een onbeschrijfelijk gevoel om de moskee daar binnen te gaan en een gevoel van extase om de Ka’ba te zien. Miljoenen mensen verzamelen zich hier met maar één doel: de aanbidding van Allah. Als je in de moskee even stilstaat en je kijkt naar de groepen mensen die binnen komen en voor het eerst de Ka’ba zien, word je diep geraakt. De blik in hun ogen is onbeschrijfelijk. Geluk is hier. We verrichten onze Umrah, we doen de rondgangen rond de Ka’ba in de brandende zon en lopen zeven keer heen en weer tussen de heuvels Safa en Marwa – ter nagedachtenis aan de zoektocht van Haajar naar water, toen ze met haar zoon Ismaïl door Ibrahim in de woestijn werd achtergelaten. Hierna drinken we dankbaar van het water uit de zamzambron – de plaats waar Haajar en Ismaïl van de dood gered werden. Als ik daarna de moskee uit probeer te komen, merk ik pas hoe druk het echt is. Het kost me bijna twee uur om uit de kelder van de moskee buiten te komen. Iedere millimeter grond is bezet. Ik zie hesjes van mensen uit alle delen van Europa, Azië, Amerika, Afrika, Australië. De meest exotische vlaggen en talen komen langs.

 

Smeekbeden

Na twee weken mogen we dan eindelijk aan de echte hadj beginnen. We verlaten onze luxe hotels en gaan naar het dorp Mina, waar we met 40 mensen in een tent zitten. De saamhorigheid is onvoorstelbaar. Dit kan alleen hier, dat weet ik zeker. De dag dat we op de Vlakte van Arafat verblijven, zijn we de hele dag bezig met het gedenken van Allah en vragen we Hem om onze smeekbeden te verhoren. We denken aan iedereen in onze smeekbeden, familie, vrienden, kennissen, collega’s, de Nederlandse samenleving, de wereld en hopen en geloven dat Allah onze gebeden zal verhoren.

Tijdens de dag van het offerfeest beginnen we in Mina en gaan we daarvandaan naar de Jamarat, waar we symbolisch de duivel stenigen in navolging van onze Profeet Ibrahim. Dit doen we drie dagen lang, daarna lopen we terug naar Mekka. Het is zo druk dat de bus acht uur doet over een afstand van 7 kilometer. Wij doen er lopend zeven uur over. Zoveel mensen heb ik nog nooit bij elkaar gezien, en zoveel blijdschap en tevredenheid ook niet.

Alhamdulillah – God zij dank.

Alia Azzouz
onderneemster (Esspresso Dates, Rotterdam), communicatieadviseur voor musea en vice-voorzitter van moslimvrouwenorganisatie Al Nisa.

 

De Ka’ba

Op de binnenhof van de grote moskee in Mekka staat een blokvormig heiligdom,  de Ka’ba (kubus). Voor moslims is dit het Huis van God. Het dient als richting voor het gebed en is het centrum van de islamitische wereld. Volgens de traditie zou Adam hier als eerste een heiligdom gebouwd hebben. In de Koran staat dat Ibrahim (Abraham) en zijn zoon Ismaïl de Ka’ba herbouwden om de ‘Enige Ware God’ te eren. In de zuidoostelijke hoek van de Ka’ba is de Zwarte Steen gemetseld, die eerst wit was maar zwart geworden is door de zonden van de mensen. De Ka’ba is bekleed met zwarte kleden.

De pelgrims beginnen en eindigen hun bedevaart met een rondgang rond de Ka’ba, de tawaf. Net als Ibrahim en Ismaël ter afsluiting van de bouw deden, lopen ze zeven keer om de Ka’ba. Ze proberen de Zwarte Steen aan te raken of wijzen ernaar.