‘Grijp ik in of niet?’

Auteur Beate Rose | Verschijningsdatum 1 mei 2014 | Thema: Tuin

In een tuin kan de natuur nooit helemaal zijn gang gaan, zelfs de wildste tuin kent een ordening. De tuinier is schepper die beheerst en beslist, maar ook laat gebeuren en zich laat verrassen. Hoe dat in zijn werk gaat en wat het voor hem betekent, vertelt Piet Zuidgeest, tuinderszoon, enthousiast tuinier en – voor zijn pensionering – pastor en supervisor in een psychiatrisch ziekenhuis.

‘Een tuin is enerzijds helemaal natuur, helemaal van levend materiaal, dat is het fascinerende eraan. Tegelijkertijd is het cultuur. Als ik niet van begin af aan een plan had gemaakt, dan had het er nu niet zo gelegen. Toch kun je niet je wil opleggen en alles bepalen. Je kiest planten, je geeft vorm in grote lijnen, maar de natuur houdt zich daar maar beperkt aan. De planten gaan lopen, ze komen op de meest onverwachte plekken boven, andere doen het niet goed op de plek waar je ze hebt gezet en dan moet je ze verzetten.

Die beslissingen, dat is wikken en wegen: grijp ik in of niet? Neem ijzerhard, verbena bonariensis. Die zaait zich helemaal uit. Ik respecteer dat, ook als de plant op een plek komt waar dat misschien niet zo handig is. Natuurlijk speelt een rol wat ik met een plant heb. Als ik bepaalde planten heel mooi vind, ga ik er anders mee om. Vrouwenmantel, een heel algemene plant, komt ook overal op. Die houd ik wel wat in toom, maar als hij in de zomer na een bui pareltjes heeft op het blad, denk ik toch weer: daar moet ik afblijven. Ik heb veel bewondering voor het zeldzame aanpassingsvermogen van planten. Helleborus bijvoorbeeld, de kerstroos, komt hoog uit de bergen, daar staat hij aan de sneeuwrand. En moet je hem nu hier zien, geen sneeuw, maar hij doet het evengoed.’

 

Verwachten

Op deze gure dag vroeg in het voorjaar is er al van alles te beleven in de tuin. Aan onze voeten een tapijt van winterakonietjes, sneeuwklokjes en krokussen. Hoog boven ons de kruinen van de hemelbomen die de tuin omringen. ’s Zomers geven ze met hun lang gevederd blad het licht mooi gezeefd door. Nu, in het vroege voorjaar, maken ze met hun hoge stam en lange, kale takken van de tuin een kathedraal.

‘Meer dan je wil opleggen, gaat het bij tuinieren om verwachten. Wat gaat die plant in het voorjaar doen? Dat gaat niet alleen over de seizoenen, maar is soms een kwestie van jaren. Neem deze boom, de katsura japonica, het mooiste cadeau dat ik ooit heb gekregen. Hij bloeit op naakt hout, heel bescheiden. Daarna loopt hij als eerste uit, hij heeft dan prachtig roodachtig blad, dat gaat heel gauw naar groen, in de herfst verkleurt hij weer als eerste.

Zo is er ieder seizoen iets te zien aan deze boom. Maar het belangrijkste vind ik, als cadeau, dat hij in de volle zomer, als het heet is, ons heerlijke natuurlijke schaduw geeft, veel aangenamer dan van een parasol. Die volle schaduw in hoogzomer is ieder jaar als gave aanwezig. Andere dingen, die je cadeau hebt gekregen, verslijten en verdwijnen. Een tuin geeft je iets blijvends, zoals deze schaduw, die elk jaar verdwijnt en weer terugkomt, en dan meer is dan ooit.

Dankbaarheid roept de tuin bij mij op. Je hoeft in de lente maar naar buiten te lopen, je voelt dat het al wat warmer wordt, dan heb je echt niet veel meer nodig. Dankbaarheid ook omdat we als eerste generatie zo’n stukje land voor onszelf mogen hebben zonder dat het iets hoeft op te leveren, we hoeven er niets aan te verdienen.’

 

Gewoon laten

Piet is zo’n veertig jaar geleden op deze plek komen wonen. In de loop der jaren heeft hij de tuin zelf aangelegd. Niet alleen de tuin, maar ook hijzelf is veranderd. Wat is de rol van de tuin daarin? ‘Je wordt lijdzamer maar dat heeft ook met je leeftijd te maken, er zijn natuurlijk dingen die je niet naar je hand kunt zetten. Dat weet je als je jong bent ook, maar dan blijf je er inwendig mee bezig, je protesteert.

Als je wat ouder wordt, denk je: dat moet ik overgeven, gewoon láten. Dan blijkt soms dat er nog heel veel mogelijk is. Dat is niet alleen in de tuin zo, maar bij veel dingen die je in je leven meemaakt. Als iets niet kan, kun je maar beter eerst eens afwachten, je eraan overgeven en vervolgens vooral een blik op de toekomst houden, Kijken naar wat zich nog weer aandient en openbloeit. Dan gebeuren er soms dingen waarvan je zegt: dat had ik nooit gedacht. Dat is wat je van een tuin kunt leren. Als je met de ritmiek mee kunt gaan, word je vanzelf soepeler.’

 

Beate Rose
geestelijk verzorger in het Jeroen Boschziekenhuis te ‘s-Hertogenbosch en redactielid van Open Deur.