Goed doen kan best

Auteur Riemer Roukema | Verschijningsdatum 1 januari 2011 | Thema: Kwaad, Paulus

Als een mens zich voorneemt het goede te doen, lukt dat dan ook? Of krijgt het kwade steeds weer de overhand? De apostel Paulus is er redelijk optimistisch over.

 

Wat is goed en wat is kwaad? Bij het goede kunnen we denken aan: liefdevol met je medemensen omgaan, geduldig zijn, begrip tonen, vergevingsgezind zijn, geld over hebben voor goede doelen, gastvrij zijn. Soms moeten er grenzen worden gesteld aan geduld of begrip of vergevingsgezindheid of vrijgevigheid of gastvrijheid; maar in principe zijn dit toch goede eigenschappen. Bij het kwade kunnen we denken aan: mensen kwetsen, grove taal gebruiken, haatdragend zijn, gierig zijn, geen tijd voor anderen hebben, vreemdelingen laten merken dat ze niet welkom zijn.

Nogmaals: als je je nu voorneemt het goede te doen, lukt dat dan ook? Of is de macht van het kwaad sterker?

 

Te moeilijk

In zijn brief aan de christenen in Rome schreef de apostel Paulus over deze vragen. Hij lijkt eerst nogal pessimistisch. Hij schrijft over Gods goede wet, die voor mensen te moeilijk is om te houden. Mensen stellen elkaar en God steeds weer teleur. Paulus erkent dat hij zelf ook dat doet waar hij een hekel aan heeft. Hij ziet wel dat Gods wet goed is, maar ernaar leven, dat lukt hem niet. De zonde in hem is steeds weer te sterk. In dat verband schrijft hij: ‘Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik’ (Romeinen 7 vers 19).

Het lijkt alsof Paulus daar openhartig over zichzelf spreekt. Wel kunnen we ons afvragen: zou Paulus misschien alleen spreken over hoe hij vroeger was? Want even later in zijn brief verwijst hij naar Christus en naar de heilige Geest. Door zijn ontmoeting met Christus was zijn hele leven veranderd. Daardoor had hij de Geestkracht gekregen om Gods wet te houden en het goede te doen.

Door zo over zichzelf te schrijven, houdt Paulus zijn lezers een spiegel voor. Hij laat hen weten: het is inderdaad niet gemakkelijk het goede te doen; ik weet er zelf alles van. Zo is het met ons mensen gesteld, al sinds het begin van de mensheid. Maar toen Christus kwam, is daar verandering in gekomen. Christus heeft met zijn dood en opstanding de macht van het kwaad teruggedrongen. Hij wil ook ons inspireren met zijn Geest om het goede te doen. We kunnen dan toch leven zoals God het bedoeld had.

 

Met Geestkracht lukt het

Dus als we even doorlezen in Paulus’ brief aan de Romeinen, dan lijkt hij toch redelijk optimistisch. Hij wijst dan op de kracht die je kunt opdoen om het goede te doen. Die kracht komt bij God vandaan, want God gaf ons Christus en zijn Geest. Dat blijkt ook verderop in deze brief. In het twaalfde hoofdstuk houdt hij de christenen voor om goed met elkaar om te gaan. Zelfs hun vijanden moeten ze vriendelijk behandelen! Paulus schrijft dan: ‘Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede’ (Romeinen 12 vers 21). Als Paulus dat zo schrijft, meent hij het ook. Hij denkt niet: dat lukt hun nooit! Nee, dan denkt hij: dat zal hun vast lukken, want ze kennen God en Christus. Ze zijn gedoopt en zijn een nieuw leven begonnen. Ze hebben de kracht van de Geest ontvangen. Christenen kunnen verschil maken – dat hoopt Paulus tenminste. Dat verwacht hij echt van hen.

 

Boos en geduldig

Maar is dat terecht? Hebben gelovige mensen dan nooit meer last van de macht van het kwaad? Doen zij hun medemensen nooit meer pijn? Stellen zij God nooit teleur? Helaas, dat doen ze wel. Ook christenen vallen terug in het kwaad. Ook wie als volgeling van Christus van goede wil is, kan weer ervaren wat Paulus schrijft: ‘Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik’. Het goede doen lijkt soms een hopeloze zaak.

Houdt Paulus zijn ogen daarvoor gesloten? Nee! Hij weet heel goed wat er gebeurt, ook in de christelijke gemeenten. Zijn er problemen, dan probeert hij zelf het goede voorbeeld te geven. Hij is boos, maar ook geduldig. Hij is teleurgesteld, maar hij schrijft niemand af. Hij kan erg fel zijn, maar hij bindt ook weer in. Hij voelt zich soms gekwetst, maar hij blijft met zijn tegenstanders in gesprek. Bij alles houdt hij Christus voor ogen, en rekent hij op de kracht van Gods Geest. Uiteindelijk is Paulus een optimist. Anders gezegd: hij houdt altijd de hoop dat gelovigen het goede kunnen doen, met Gods hulp. Ze staan vaak in tweestrijd, maar de strijd tegen het kwaad kunnen zij winnen. Met het oog daarop wenst Paulus zijn lezers altijd Gods genade en de vrede van Christus toe.

 

Riemer Roukema is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit te Kampen.