De lach van de Geest

Auteur Jean-Jacques Suurmond | Verschijningsdatum 1 juni 2011 | Thema: Extase, Pinksteren

De lach is een universele taal: voor iedereen verstaanbaar. Maar er is nog veel meer dat humor en Pinksteren – of het christelijk geloof in het algemeen – verbindt. Jan-Jacques Suurmond over de bevrijdende lach.

 

De opstanding van Jezus is ‘een lach bevrijd/voor eens en altijd’, zegt de Ier Patrick Kavenagh in zijn gedicht Lough Derg. Pasen is immers de grootste grap aller tijden: de volkomen onverwachte overwinning van Jezus op de dood. Wie het laatst lacht, lacht het best. Daarom vertellen christenen in het oosten elkaar na paaszondag verhalen met een onverwachte afloop, verhalen die vonken van humor.

 

Sinds de eerste pinksterdag giert die lach vanuit Jeruzalem door de wereld. Dat vertelt het Bijbelboek Handelingen. Vonken dalen neer op de apostelen en ze spreken ‘in vreemde talen, zoals het hen door de Geest werd ingegeven.’ Vreemde talen die toch door iedereen worden verstaan. Wie lacht, stoot klanken zonder betekenis uit: ‘ha-ha-ha, ho-ho-ho’, maar van India tot de Noordpool snapt iedereen wat je bedoelt.

 

Buiten onszelf

Een lach kun je niet zelf organiseren. We kunnen niet plannen dat we dinsdagmiddag om kwart over twee gaan lachen. We hebben daar geen greep op; het is genade. Ineens schieten we in de lach. Een lach verrast je, je wordt bevrijd door iets waarvoor je geen woorden hebt. Je wordt machteloos, slap gemaakt en buiten jezelf gevoerd. We moeten buiten onszelf raken om onszelf nieuw te vinden. Ons ‘verstandige’ denken, dat scheiding maakt, wordt overstegen. En vanaf Pinksteren overschrijden de apostelen de grenzen tussen talen en volken, joden en niet-joden, meesters en slaven, mannen en vrouwen.

 

Niets is zo aanstekelijk als een lach. Niet alleen de apostelen maar ook de mensen die hen horen raken buiten zichzelf: ‘ze raakten in verwarring (…) buiten zichzelf van verbazing (…) verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht.’ Het resultaat is dat velen zich omkeren, laten dopen en deel uit gaan maken van de grensoverschrijdende gemeenschap van gelovigen. ‘Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder hen die iets nodig hadden.’

 

Humor

Humor is daarom een aspect van een levend geloof. Echte humor is nooit oppervlakkig, vlucht niet voor de pijn van het bestaan maar ziet die juist onder ogen en overstijgt die in een verrassende, creatieve wending. Dat is de humor van God in Christus, die niet als een halfgod boven alle pijn verheven blijft, maar de diepten van het lijden kent en in de opstanding een verrassende uitkomst geeft.

 

Echt geloof voorkomt dat we bij tegenslag in een kramp komen, onszelf gaan overschreeuwen of verslagen en ontmoedigd raken. Als de dingen niet zo gaan als je had gehoopt, blijft het geloof gokken op God: en toch!

Dat is ook wat humor zegt: en toch! En toch is deze tegenslag niet het eind, en toch is er iets nieuws mogelijk. Evenals geloof, rekent humor met het totaal onverwachte dat gebeuren kan. Het ongerijmde van het kwaad kan plaatsmaken voor het ongerijmde van de genade. Het evangelie schatert dat de laatsten de eersten zullen zijn, de zwakken de wereld zullen beërven, de dwazen wijs zullen worden en de zondaren gerechtvaardigd, dat de lammen zullen dansen, zelfs de doden zullen leven.

 

Heiliging

Wat is heiliging? Heiliging is beseffen wie God is – en wie wij zijn. Dat houdt in dat we onszelf, net als in humor, niet te serieus nemen. We laten onze greep op de dingen los en verminderen onze behoefte aan controle, om God God te laten zijn. De grote heiligen waren vaak erg humoristisch. In de zesde eeuw deed de monnik Symeon zijn behoefte midden op de markt, drong een vrouwenbad binnen, en bekogelde vanaf de preekstoel de gelovigen met noten. Hij tartte de wereld die zichzelf zo serieus neemt door iets zichtbaar te maken van de omgekeerde wereld van het Godsrijk.

 

Geloof zonder humor tilt zwaar aan zichzelf. Het trekt je omlaag. We blijven vooral met onszelf bezig – dat is nooit een opwekkende zaak. Dan kom je steeds uit op het overbekende, geestdodende refrein: ik schiet tekort, ik ben zondig, ik ben het niet waard om aanvaard te worden.

 

Evenals de apostelen en hun gehoor op die eerste Pinksterdag, moeten we van ons stuk gebracht worden door de gierende lach van de Geest. Dan wordt het zwaartepunt van ons leven moeiteloos verlegd naar God. Humor is de uiting van een geloof dat God écht serieus neemt zodat we vrij worden om het grensoverschrijdende avontuur van de liefde aan te gaan. Alleen in de lach geven we onszelf werkelijk prijs. In de apostelen en grote heiligen zien we uitvergroot wat miljoenen gelovigen stilletjes, in alle eenvoud, in het dagelijks leven doen. Ze denken niet alleen aan zichzelf maar zorgen voor de zwakken, bezoeken zieken, komen op voor vreemdelingen, zodat ze door ‘verstandige’ mensen soms als dwaas worden beschouwd.

 

Maar wat voor hen dwaas is, is voor het geloof vrijheid. Het christelijke leven, zegt Kavanagh, is ‘ten diepste een lach.’

 

Jean-Jacques Suurmond
predikant, psychotherapeut en columnist.