‘Geef ons heden ons dagelijks brood’

Mijn vader bad elke dag het ‘Onze Vader’ hardop. Als kind begreep ik daar niet veel van. ‘Uw koninkrijk kome’, ‘uw wil geschiede’ – en dan ook nog eens in de hemel alsook op aarde – ‘leid ons niet in verzoeking’ … Eén ding begreep ik wel: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Ik kreeg immers elke dag boterhammen te eten en zonder dat zou ik honger hebben en ook nog eens hagelslag en pindakaas moeten missen.

Maar eigenlijk begreep ik dat gebed toch ook weer niet. Brood was toch vanzelfsprekend? Dat dacht ik als kind, en eigenlijk als volwassene nog. Erbij stilstaand besef ik dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Het is even onvanzelfsprekend als het onvanzelfsprekend is dat ik geboren ben in een land ‘overvloeiende van melk en honing’. Nederland dus. Dat ik, voor wie het normaal is dat er iedere dag voedsel is, toch nog bid ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, heeft daarom toch zin. Ik besef weer hoe onvanzelfsprekend het vanzelfsprekende is.

Stephan de Jong