De gave van Paulus en Augustinus

Het is een open deur. Luther – tot zijn uittreden uit de orde van de augustijner eremieten een buitengewoon integer levende monnik – was zeer schatplichtig aan Augustinus.
Dankzij Augustinus leerde Luther Paulus’ gedachten over de genade steeds dieper doorgronden. Steeds meer eigende hij zich het inzicht toe dat er niets is dat een mens niet heeft ontvangen. Het leven: een mens kan het leiden en zichzelf hierin gestalte geven. Maar mensen vragen niet zelf om tot leven te komen: het wordt hun geschonken en het is eerst een gave, die vervolgens een opgave blijkt te zijn. Karaktereigenschappen: een mens kan door oefeningen, cursussen of in de school van het leven proberen zijn gebreken te elimineren en sterke kanten te cultiveren. Maar net zoals het leven zelf zijn deze eigenschappen eerst een gave en dan pas een opgave. Talenten: een mens kan ze ontwikkelen, maar de talenten zelf zijn een gave, meegegeven bij de geboorte of zelfs bij de conceptie.
Het is een hoge en heilzame plicht voor een mens zichzelf te ontplooien, zich op eigen kracht en met eigen talenten een bestaan te verwerven. Maar bij Paulus, Augustinus en Luther gaat daar altijd de overtuiging aan vooraf dat het leven, de genade en liefde die men in het leven ervaart, een gave zijn, om niet geschonken. Alle drie schromen zij ook niet om in de liefde het wezen van die zo ondoorgrondelijke God nog het meest weerspiegeld te zien.

Aan Luthers opvatting van de genade, zo treffend verwoord in het sola-gratiaprincipe, ging dus een grondige kennis van de brieven van Paulus én van het latere werk van Augustinus vooraf. Augustinus liet zich niet alleen inspireren door Paulus, in zijn denken over genade en liefde weerklinkt ook de ervaring van het leven zelf. In zijn Belijdenissen geeft Augustinus er al vroeg blijk van zich te realiseren dat genade en liefde niet afgedwongen kunnen worden door prestaties in het publieke domein of in welk gebied ook. Om niet worden pasgeboren kinderen door hun ouders liefgehad. Om niet worden ouders liefgehad door kinderen, als zij geen grootse prestaties meer kunnen leveren. Paulus en het leven zélf verschaften Augustinus de inzichten over genade en liefde, die Luther zich in dankbaarheid toe-eigende.

Dr. Paul van Geest
(hoogleraar kerkgeschiedenis en geschiedenis van de theologie aan de Universiteit van Tilburg en bijzonder hoogleraar Augustijnse studies aan de Vrije Universiteit.
Hij publiceerde onder andere ‘Waarachtigheid. Levenskunst volgens Augustinus‘ , Meinema, 2015 – 2e herziene druk;
en ‘Mijn moeder, paus Franciscus en andere verrassingen. Kleine essays over menselijke drijfveren, relaties en voorbestemming’ ,Klement, 2015.)