Een druppel schoonheid

Als ik over de boulevard in Vlissingen fiets, kan ik haar etage nog steeds moeiteloos aanwijzen. Ze heeft altijd een ruime hoeveelheid bloeiende planten in de vensterbank staan. Orchideeën in alle kleuren van de regenboog, azalea’s en natuurlijk cyclamen.

Jaren geleden is het. Samen met een fotograaf maak ik een boek over de Watersnoodramp. We rijden, na een oproep op de radio, de hele provincie af op zoek naar verhalen. Zo komen we ook bij deze vrouw terecht. Vijf jaar oud was ze, in de stormnacht. Ze schildert hoe ze twee dagen met zijn 23-en op zolder vastzitten. Hoe ze gered worden. Hoe ze een half jaar bij kennissen op de Veluwe wonen. En hoe ze in november terugkomen naar Zeeland.

‘Ik herinner me het leven van vóór 1953 als zonnig en warm. De ramp is echt een kerf in mijn leven. Het was natuurlijk fijn om weer onder ons te zijn, toen we terug konden. En om in onze eigen omgeving te wonen. Maar wat een lelijkheid! Alles was dood door dat zoute water. De hele natuur. En dan was het ook nog november! Grijs, donkergrijs, zwart – overal waar je keek. Het leven was één grote zwart-witfoto. Ik vond het afschuwelijk!’

Ik denk aan de diepzwarte donkere klei, die in november omgeploegd ligt te wachten op de vorst en voel de kou en de doodsheid van het bestaan van die maanden. Maar de ogen van de vrouw tegenover me beginnen te stralen. ‘Toen kwam mijn moeder een keer terug van de markt met een felroze cyclaam. Ik kreeg bijna een schok van geluk.’ Ze is helemaal terug in 1953. Met haar ogen dicht zuigt ze lucht in. ‘Ik ben heel dicht bij de bloem gaan zitten en ik heb de kleur echt ingedrónken!’

Eén felroze cyclaam. Een druppel schoonheid midden in al dat lelijke. Voor mij zo’n gewone plant, voor haar een reddingsboei.

 

Marga Haas is redactielid van Open Deur en schrijft elke twee weken een column over een bijbeltekst. Neem een gratis abonnement op ‘Parelduiken in de bijbel’ via www.margahaas.nl.