Een ijdele vogel, zo beschouwt men vanouds de pauw. Dat hij vroeger ook gold als zinnebeeld van de onsterfelijkheid, behoort tot de vrijwel vergeten kennis.

Waarom die onsterfelijkheid? Omdat hij elk jaar zijn prachtige veren verliest en ze het volgende jaar weer terugkrijgt. Een parallel met het leven dat weer uit de dood verschijnt, zeiden de mensen.

Er was nog iets. De pauw lijkt in zijn staart de sterren te dragen, volgens de Romeinse dichter Ovidius. Een hemels beest dus. Geen wonder dat de Romeinen geloofden dat de keizerin na haar dood door een pauw naar de sterren werd gevoerd. Haar keizerlijke gemaal moest het overigens met een adelaar doen.

Volgens een oude Indiase legende zou het eten van pauwenvlees je onsterfelijk maken. Kennelijk is deze legende lang geleden overgevlogen naar het Middellandse Zee-gebied. Augustinus meende dat pauwenvlees niet tot ontbinding overgaat. Een bisschop probeerde het uit en ontdekte dat het pauwenvlees na een jaar nog niet was vergaan. Geen wonder dat er op oude christelijke afbeeldingen soms een pauw te zien is. Misschien wordt het tijd dat de pauw naast de duif in ere wordt hersteld als christelijk symbool. Maar ja, die ijdelheid…

 

Stephan de Jong is predikant van de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *