Elk jaar is het weer één groot ‘O ja’. Het uitpakken van de doos met kerstspullen. De eigenhandig gemaakte piek – karton en zilverpapier, maar nog steeds goedgekeurd voor boven in de boom. Het stalletje dat dochter in de kleuterklas knutselde van een eierdoosje. Het spiegeltje in de vorm van een engel, die ze kreeg van de kindernevendienst een paar jaar terug. Wat was ze er dol op. Het weerspiegelde al die lichtjes in de boom en als ze er zacht tegenaan duwde, gaf dat een prachtig schouwspel. Over het algemeen houd ik niet van dat soort frutsels, maar de herinnering geeft betekenis.

Pas als ik de engel in de boom hang en van dichtbij controleer of het strikje goed om de tak zit, valt het kwartje. De engel heeft zelf óók betekenis. Ik zie mezelf. Mijn gezicht in de vorm van een engel. Even voelt dat ongemakkelijk. Ik ben geen engel, ik ben een mens met al haar onmogelijkheden, onhandigheden en donkere kanten. Maar vrijwel direct dringt zich ook een vraag op. Hoe kan ik dan als een engel zijn? Voor wie? Door wat te doen of te zeggen?

Nu pas zie ik wat het spiegeltje eigenlijk wil zeggen. Het doet mij mezelf zien als potentiële engel. Het laat mij me afvragen wie ik met mijn tijd en aandacht de hand kan reiken, wiens duister ik even iets lichter kan maken. Het opent mijn ogen voor wat ik te bieden heb. Het doet mij bidden: ‘Laat mij dan een engel zijn.’ Als dat geen mooie kerstgedachte is …

Marga Haas is redactielid van Open Deur en schrijft elke twee weken een column over een bijbeltekst. Neem een gratis abonnement op ‘Parelduiken in de bijbel’ via www.margahaas.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *