De humor van Luther

Bij het vak vaderlandse geschiedenis – dat heette toen nog zo – werd mij verteld over Maarten Luther.
Ik zag een angstige monnik voor me, die bevrijd werd door de ontdekking van Gods onvoorwaardelijke liefde. Daarna werd hij een ernstige werker: schrijver, bijbelvertaler, predikant. Maar ook gekweld door zijn tegenstanders en als het zijn wereldlijke tegenstanders niet waren, dan was het wel de duivel.
Later ontdekte ik een andere kant van Luther: zijn humor. Zo vond hij dat gelovige mensen, om te laten zien dat ze uit genade leven, de duivel niet al te serieus moesten nemen. In Luthers woorden: ‘We moeten soms meer drinken, aan sport en ontspanning moeten doen – ja, zelfs een beetje zondigen om de duivel te pesten, zodat we hem niet de kans geven ons geweten te kwellen.’
Luther kon met zijn humor ook de waarheid zeggen. Naar aanleiding van het evangelieverhaal over de genezing van tien melaatsen schreef hij: ‘Dat Christus deze ene mens heeft genezen, daar verbazen jullie je over? Maar dat jullie zelf horen, oren hebben, tien vingers hebben, dat zegt je niets? Waarvoor gebruiken we de wondergaven, die God ons heeft gegeven? Om elkaar te belasteren met onze tong, om schandelijke praatjes op te vangen met onze oren en om God te lasteren. Maar daarvoor heb je je oren en je tong niet gekregen, maar om God mee te loven en te zeggen: Hij heeft alles goed gemaakt.’

 

Stephan de Jong, predikant in de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.