Lezen in een profetenboek betekent vlammende tirades tot je nemen, bewogen oproepen, verdriet en vooral boosheid.
Ik houd trouwens het meest van  de profeet Jesaja. Zijn beeldtaal is fenomenaal. Bij hem en zijn opvolgers is er ook sprake van ándere tonen, met meer oog voor  wat mensen nodig hebben om te leven.
Maar je zult maar zo’n oudtestamentische profeet als buurman hebben! Ik moet er niet aan denken. Je zou van de weeromstuit niet meer uit durven gaan, geen auto durven rijden omdat dat milieuvervuilend is, niet met een doos van een supermarkt durven sjouwen omdat ze daar nog steeds plofkippen verkopen. Altijd dat commentaar, voortdurend die prikkende ogen en dat zure gezicht!
Eigenlijk lijkt de bijbel op zo’n soort buurman: dichtbij, al jaren naast je wonend, je bent met die buurman vertrouwd geraakt, met al zijn verhalen en scherpe opmerkingen. Als je zoekt naar ontspanning, moet je niet bij hem zijn. Wie zoekt in de bijbel naar verhalen over het leven en hoe je daarvan kunt genieten, vindt hooguit wat opmerkingen bij Prediker en misschien bij Jezus in de Bergrede. Niet veel. Er is altijd commentaar. In de brieven gaat het wel over dankbaar zijn, maar het lijkt vaak op de opdracht om spontaan te zijn. Alsof dat op commando kan. Wie bij die buurman-bijbel op bezoek gaat om eens lekker door te zakken, krijgt vast een glas wijn maar dan gaat de kurk er weer op en volgt er een verhaal over de gevaren van dronkenschap. ‘Mag ik eigenlijk wel van het leven genieten?’ vraag ik. En het antwoord van hem is: ‘Kalm aan, mondjesmaat, je weet maar nooit. Overal loeren de gevaren en wie staat, moet opletten dat hij niet valt.’
Ik ga denk ik maar een huis zoeken zonder buren.

 

Aart Mak is pastor bij Kerk zonder grenzen, het omroeppastoraat van Radio Bloemendaal, en redactielid van Open Deur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *