Blijven kijken

In musea over heel de wereld zijn schilderijen van Van Gogh te vinden. Het zijn niet allemaal meesterwerken, toch vind ik het altijd de moeite waard ook minder beroemde werken te gaan bekijken. Het is fascinerend om te zien hoe van Gogh zich als schilder heeft ontwikkeld.
In het Noord-Brabants museum in ‘s-Hertogenbosch hangen schilderijen uit de tijd dat van Gogh woonde en werkte in de pastorie in Nuenen. Hij was het schilderen aan het leren en gemakkelijk ging hem dat niet af. De negen schilderijen laten Brabant zien in grauwe kleuren. Dat mensen elders zijn schilderijen gaan bekijken om er een lichtbad te nemen, kun je je hier nauwelijks voorstellen. Alleen als je langer kijkt, zie je het licht. Diep in de pijp op het zelfportret brandt de tabak. Achter de pastorie gaat een gloeiende zon onder. Het mooiste is het licht dat op een schilderij van manden aardappels valt. Vincent schrijft dat hij in dit stilleven de stof wilde uitdrukken: ‘Zóó dat het bonken worden die zwaarte hebben en stevig zijn, die men voelen zou als men er mede gegooid werd.’ Het is het licht dat op sommige aardappels valt dat ze hun stevigheid geeft. Dat maakt dat je naar de eenvoudige voorstelling blijft kijken. Dat deed van Gogh zelf ook. Blijven kijken en blijven schilderen. Van Gogh in Brabant: een oefening in volharding.

Beate Rose is geestelijk verzorger in het Jeroen Boschziekenhuis in ‘s-Hertogenbosch en redactielid van Open Deur.