Ook al woon ik op het zand, er zijn hier talloze eilanden. Ik bedoel niet die paar eilandjes in het Gooimeer, tien kilometer verderop, of de eilandjes in de Ankeveense plassen, ook zo’n tien kilometer van mijn woonplaats Bussum vandaan. Ik doel op eilandjes op deze zandgronden zelf.
Ik fiets soms naar de Tafelberg bij Blaricum. Dan zet ik me neer op een bankje dat uitzicht biedt op de heidevelden onder me. Op één of andere manier zit er nooit iemand als ik er kom. En dat is maar goed ook, want er is geen betere plek om wat te mijmeren dan daar: mijn ‘mijmereiland’.
Ik weet gelukkig nog wel een paar van dat soort eilanden. Op een mooie zomeravond ga ik aan de Vecht zitten vissen. Het gaat me niet om de vissen, maar om de Vecht. Ik moet op mijn steiger wat eenden, waterkoetjes en ander watergevogelte gedogen – of beter, ze gedogen mij. Maar op die steiger zit ik als een koning die in alle rust heerst over het land van zijn overpeinzingen – of beter, daar krijgen die overpeinzingen alle ruimte om te heersen over mij.
Ik kan nog wel meer voorbeelden geven van dergelijke mijmereilanden en koningseilanden. Waar het me om gaat is dat er buiten plekken zijn waar ik bij mijzelf binnen kom. Plekken waarvoor ik mijn huis uitga om tot mijzelf te komen. En als het regent, ga ik op mijn balkon zitten: mijn eiland aan huis.

 

Stephan de Jong (predikant van de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *