Het wonder van onze opstanding

De eerste christenen werden bij voorkeur met Pasen gedoopt. Met die keus maakten zij iets belangrijks duidelijk: met Pasen vieren we niet alleen de opstanding van Christus, maar ook die van onszelf. Tertullianus, een theoloog uit de vroege kerk: ‘Als wij geloven in de verrijzenis van Christus, geloven wij ook in onze eigen verrijzenis.’

De opstanding van Christus is geen spirituele acrobatiek van een dood lichaam dat levend wordt. Het toont veeleer de spirituele mogelijkheid voor ons echt levend te worden. C.S. Lewis vertelde dat men in de jonge kerk onderscheid maakte tussen het biologische leven (Grieks: bios) en het ware leven dat met de eeuwigheid verbonden is (Grieks: zoë). Het leven als bios verhoudt zich tot het leven als zoë als een standbeeld tot een echt mens. Het wonder van onze opstanding is dat een standbeeld, een stuk steen, verandert in een echt mens. Deze wereld is een beeldhouwwerkplaats en binnen het christendom gaan het gerucht dat de beelden daar eens tot leven zullen komen.

Wie het leven als zoë leeft, kijkt anders naar het leven. Zoals Herman Finkers, die met een dodelijke ziekte in zijn lijf rondloopt. Hij zei dat een schrijver die nooit twijfelde, meende dat het de kunst is te leven alsof je nooit doodgaat. Finkers reageert daarop met: ‘Ik denk dat het de kunst is om dood te gaan alsof je altijd blijft leven.’

Stephan de Jong, predikant van de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.